Catechese: “Doet dit om Mij te gedenken”.

“Doet dit om Mij te gedenken”.

Synodaal proces en meer levendige participatie in de Mis

Vaticaans document en meer levendige participatie in de Mis

In het Vaticaanse document voor de Implementatie van het synodale proces voor de komende drie jaar, staat onder paragraaf 3.2 Investeren in concrete praktijken, ook “het promoten van meer levendige participatie in de zondagse viering” genoemd.

Hoe zou Christus die participatie willen, lijkt mijn de centrale vraag om allereerst onderscheidend bij stil te blijven staan. En kunnen we weten wat Christus wil?

Consecratie en offer opdragen

Op Witte Donderdag zei Jezus bij de instelling van de consecratie woorden: “Doet dít om Mij te gedenken”. Dat wil Christus dus. De priester doet dít in de persoon van Christus door de consecratie woorden in de Mis uit te spreken: “want dit is mijn lichaam”, waardoor het sacrament van de Eucharistie onder ons komt. En door de woorden “want dit is de kelk van mijn bloed…. dat voor u en voor velen vergoten zal worden…”  waardoor het sacrament onder ons komt en het kruisoffer tegenwoordig gesteld wordt. Door de H. Geest valt de tijd weg en staan wij net als Maria, St Jan en Maria Magdalena onder het kruis op de Calvarieberg. Een grotere participatie van de priester in het kruisoffer van Christus, doordat hij consecreert en als sacramenteel vertegenwoordiger van Christus het misoffer opdraagt, is er niet.

Hoe kan de participatie van de gedoopte gelovige bij het Misoffer zijn? Laten we kijken naar Maria die onder het kruis stond en waarvan Simeon voorspelde dat een zwaard haar ziel zou doorboren. Maria had een intens verdriet over het lijden van Jezus en de afwijzing van Jezus door veel mensen. Wij kunnen in haar medelijden delen. Als gedoopten zijn wij aan de Heer verbonden en lijden met Hem mee. En door dat medelijden kunnen we ook eerherstel brengen voor degenen die onverschillig blijven met betrekking tot de kruisdood van onze Heer.

De participatie van de gedoopte gelovigen bestaat verder in het in verbondenheid met de priester opdragen van het offer van Christus, welk opdragen geformuleerd wordt met de woorden van de Romeinse Canon direct na de consecratie: “Vandaar dat wij, o Heer, uw dienaren maar ook uw heilig volk…. een onbevlekte offerande, het heilig Brood…aan uw verheven majesteit aanbieden”. Als gedoopte gelovige, als lid van de RK Kerk of deel van het mystieke lichaam van Christus, kan je het offer van Christus mee opdragen. Als gedoopte gelovige ben je verbonden aan Jezus en Hij aan jou. Al het zijne is het jouwe en al het jouwe het zijne. Dus ook zijn offer. Een groter offer kan je aan God de Vader niet brengen dan het participeren in het opdragen van het offer van Christus.

Tevens staat in de opdracht van Jezus aan de priester: doet dit – waarom, met welke intentie – om Míj te gedenken. En, zo na die consecratie woorden, wat zou dat gedenken van Jezus zijn? Het maakt deel uit van de consecratiewoorden, Jezus gaf zijn leven: “tot vergeving van de zonden”. Door het kruisoffer, door het misoffer, kunnen onze zonden vergeven worden.

Confiteor, schuld belijden

De consecratiewoorden en het opdragen van het offer van Jezus zijn ingebed in de H. Mis. En God betrekt er altijd de mens bij. De priester op geheel eigen wijze, maar ook alle gedoopte gelovigen. Alle gebeden van de Mis staan in een logische volgorde en alle gebeden staan in dienst van het “doet dít om Mij te gedenken”, het opdragen van het Misoffer tot vergeving van de zonden. Als Jezus dan zijn leven gaf tot vergeving van zonden, dan is het wel logisch dat er eerst aan het begin van de Mis een belijdenis van zonden, het Confiteor opgenomen is. Dat moet niet zomaar een gedachteloos opzeggen van een gebed zijn, maar een echte belijdenis. Want als Jezus gestorven is tot vergeving van zonden, dan is het wel belangrijk dat deze zonden eerst beleden en vervolgens vergeven worden. Als wij oprecht die zonden belijden, dan mogen we erop vertrouwen dat deze vergeven worden als de priester in verbondenheid met de gekruisigde Heer, vervolgens het sterke gebed uitspreekt: “Kwijtschelding, vrijspraak en vergiffenis van onze zonden verlene (door het Misoffer) ons de almachtige en barmhartige Heer”.

Dat Confiteor hangt ook samen met de communie. Als we geen zonden belijden of erger als we onze zonden niet willen belijden of onverschillig zijn en zonder zelfonderzoek communiceren, dan kan dat onwaardig communiceren een oordeel worden. Logisch, als Jezus tot jou komt in de communie en jou aantreft als zondaar die geen spijt heeft over zijn zonde. Wat kan Hij anders doen dan dat veroordelen.

Offerande, ons offer

Een belangrijk punt van participatie in de Mis is de offerande. Brood en wijn worden aangedragen naar het altaar en klaargemaakt “opdat het voor ons worde het Lichaam en Bloed van …onze Heer Jezus Christus” die zich opoffert. Brood en wijn worden aangedragen, bereid en bestemd voor de wezensverandering in Christus. Maar de gedoopte gelovige is niet alleen toeschouwer. Ook hier participeert hij wat ook blijkt uit het gebed van de priester als hij in de Klassieke Latijnse Mis (in het Nederlands vertaald) zegt: “Laat heden óns offer zo voor uw aanschijn voltrokken worden, dat het U aangenaam is, Heer, onze God”. Óns offer, later in het Orate Fratres gebed door de priester aangeduid met: “mijn en uw offer”. Ook hier geldt de opdracht van Jezus: doet dít om Mij te gedenken. Dat dít slaat allereerst op de consecratie, maar ook op alle elementen van de Mis die aan die consecratie vooraf gaan of die erna komen en ermee in verband staan. Dus brood en wijn opdragen, iets offeren, onszelf offeren met het denken aan Jezus lijden en dood. In navolging van Christus al onze werken en lijden van de afgelopen week en de komende week opdragen aan God de Vader. In de Mis gaat Christus door de priester “aan de haal met onze offers” en maakt dat tot Zijn offer. Dat symboliseert ook dat druppeltje water in de wijn bij de offerande, zo bescheiden is onze participatie dan ook weer. Maria noemt zichtzelf eenvoudige dienstmaagd. Alleen door Hem en met Hem en in Hem heeft ons offer de waarde in de ogen van God de Vader. “Los van Mij kunt ge niets,” zegt Christus.

Communie, vereniging van twee offerende personen

Het ontvangen van Christus in de communie moet natuurlijk geen apathisch gebeuren zijn. Natuurlijk komt de gehele Christus, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd, gestorven en verrezen tot ons. Het verenigen met Hem kan niet anders dan een innerlijk opgebouwd en gevoed worden als gevolg hebben. Maar de communie is ook een ontmoeting en vereniging van twee personen die offeren. Christus met zijn kruisoffer en de communicant met zijn offerande.

Epistel, Evangelie, Homilie en luisteren

Ook luisteren is een kernthema in het synodale proces. Christus zegt daarover: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem; Ik ken ze en zij volgen Mij.” Die stem van Christus klinkt door in epistel, Evangelie en homilie. Het luisteren is openstaan voor Christus, Hem begrijpen, Hem gehoorzamen en in Hem geloven. Dat actief geloven belijd je in het Credo. De volgorde in de Mis is weer logisch: eerst luisteren, dan wat zeggen of belijden.

Moge het overwegen van de Mis leiden tot een optimale participatie in de Mis om Christus te gedenken.

Edwin Veldman, diaken

Vriend van het Erfgoed