Broeders en zusters, broeders en zusters in Christus.
De eerste mensen, Adam en Eva, waren veilig in het Paradijs. Maar zij lieten zich verleiden en overwinnen door de duivel en werden buiten het paradijs gezet. En daar waren zij en alle nakomelingen totaal niet bestand tegen de onzichtbare vijand, de duivel. Jezus zegt vandaag in het evangelie: “Zolang een sterke man in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, is geheel zijn bezit in veiligheid”. De duivel bewaakt zijn bezet gebied, houdt in meerdere of mindere mate de mensen in zijn macht. Maar Jezus vervolgt: “maar komt er iemand die sterker is dan hij, en hem overmeestert, dan ontneemt Hij hem al zijn wapens.” Vandaag zien we iemand in de macht van de duivel. Een stomme. Heel duidelijk zichtbaar in de macht van de sterke onzichtbare vijand. En dan komt de sterkere, Jezus, en die drijft die duivel uit en ontneemt hem zijn wapen, de stomheid, waarmee hij de bezetene verslagen had. Jezus zelf overigens had die duivel al direct na zijn doop in de woestijn verslagen. Op drie fronten. Het eerste front was op de verleiding om van stenen brood te maken. Zodat Jezus lekker kon gaan eten, in plaats van vasten. Jezus werd bekoord op het gebied van de matigheid. Jezus ging niet op de bekoring van de duivel in en overwon de duivel. En vandaag zien we dat Jezus weer de duivel versloeg door hem uit te drijven uit de bezetene. Jezus is die sterkere. Als we met Hem zijn, overwinnen wij de duivel en het kwade door Hem en met Hem en in Hem.
Hoe gaat het verder in het leven met deze vrij gemaakte bezetene en met allen die gedoopt zijn en daardoor verlost van de duivel en het kwaad. We zien dat in het leven van Jezus zelf die duivel op een vastgesteld tijd nog heftiger terugkomt. Hij was in Judas die Hem verraadde en hij had macht over allerlei mensen in de omgeving van Jezus. Apostelen werden bang en vluchtten, overheden velden oordelen op valse gronden en mensen bespuugden Hem, bespotten Hem en vernederden Hem. Dit is overigens zeer indrukwekkend uitgebeeld in de film “Passion of the Christ” met Mel Gibson.
Jezus zegt vandaag: “wanneer de onreine geest is weggegaan, zwerft hij rond in dorre streken en komt terug in zijn huis, bij de persoon dus die eerder vrij was geworden van de invloed van de duivel. En Jezus zegt dat als de onreine geest dat huis schoongeveegd en in orde gebracht aantreft, dat die onreine geest nog zeven bozere geesten gaat halen en zegt: jongens wij kunnen daar terecht. Als zo’n persoon nadat hij bevrijdt is van kwaad en duivel, zijn leven, zijn huis, zijn tempel van de Heilige Geest niet blijvend vult met God, als hij zondigt, zelf zijn leven wil maken, zich niet houdt aan de tien geboden, waaronder de geboden van “geen onkuisheid doen” en “geen onkuisheid begeren”, dan komt die onreine geest, Jezus noemt díe vandaag specifiek, dan komt die onreine geest terug en neemt opnieuw bezit van jou. Leid je een leven zoals Jezus en in verbondenheid met Jezus, dan komt die duivel wel terug, net als bij Jezus het geval is, maar die neemt geen bezit meer van jou door het zondigen. Die duivel maakt het Jezus lastig, zeer lastig, maar overwint Jezus niet. Jezus zal hem en de dood overwinnen en wij telkens met Hem en door Hem als we met Jezus verbonden blijven. In de hemel is die duivel definitief en voor altijd overwonnen.
De eerste lezing gaat verder in op de onkuisheid. En het kleine gebed Offertorium van vandaag bevat het volgende deel uit een psalm: “de voorschriften des Heren zijn rechtvaardig, blijde maken zij de harten; en zijn raadsbesluiten zijn zoeter dan honing”.
Maken de voorschriften, de tien geboden ook, maken die de harten blij? In de eerste lezing schrijft Paulus “Want weet wel: niemand die zich overgeeft aan onkuisheid of onreinheid…zal het erfdeel ontvangen in het rijk van Christus” of te wel: doe je onkuisheid, geef je je daar aan over, vecht je er met God niet tegen, strijd je niet voor kuis te zijn, dan volgt het dreigement: je kan niet in de hemel komen. Je mag dit niet doen, je mag dat niet doen. Hoe rijmt dat met voorschriften die de harten blij maken?
Door de begeerlijkheid, als gevolg van de erfzonde door de zonde door Adam en Eva begaan, houden we van dingen die God verbiedt. In eerste instantie voelt het dan niet fijn als jou genot ontnomen wordt, als lekkere dingen niet mogen. Die duivel verleidt en heeft in eerste instantie wat te bieden.
Maar hoe zit het met de tweede instantie?
Als jij akkoord gaat met onreinheid, als die duivel op die listige wijze binnen mag komen, in je huis, in je tempel van de Heilige Geest zo gezegd, dan is die binnen. En na de verleiding komt de ware aard boven. Je gaat je onrustig voelen. Je wordt depressief. Je voelt je opgejaagd. Je bent ontevreden. Je wordt bezet gebied, zoals een stomme die niet kan spreken. Zo moet je de hele tijd aan schunnige afbeeldingen denken. Andere mensen interesseren je steeds minder. Gebed wordt saai. De natuur en gewone dingen van het leven komen niet meer goed bij je binnen, maken je niet meer blij, geven geen vreugde meer. Je zit vast aan zondige beelden en gedachten in je hoofd, aan verkeerde verlangens en op gegeven moment aan verslavingen. Je bent bezet gebied geworden door de vijand van God.
En daarom mogen we blij zijn met de geboden en voorschriften. We weten dan waaraan we ons moeten houden om te voorkomen dat we in tweede en laatste instantie weer bezet gebied worden van de vijand van God die ons depressief en ongelukkig maakt, voor onszelf en de mensen in onze omgeving. Je bent dan niet in het rijk Gods zijn. Dat is dan niet onder u. De kerk komt in deze tijd van vasten en onthouding vandaag met deze gedeeltes uit de bijbel met de bedoeling dat ze ons helpen op onze weg naar Pasen en het definitieve rijk Gods. Amen.